Zie je een muis door je huis schieten, dan lijkt het dier extreem snel. Door korte sprintjes, snelle richtingsveranderingen en het gebruik van muren en meubels verdwijnt een muis vaak binnen een seconde uit zicht. Daardoor vraag je je vast af hoe snel dit dier eigenlijk is. In dit artikel lees je meer over de snelheid van een muis, het verschil met een rat en op welke manieren muizen door je woning bewegen.
Een huismuis haalt een topsnelheid van ongeveer 12 tot 13 kilometer per uur. Dat is de snelheid tijdens een korte sprint. De normale loopsnelheid ligt lager: een muis beweegt meestal in korte stukjes op rustig tempo en versnelt alleen wanneer hij schrikt of gevaar ziet. De normale loopsnelheid van een huismuis ligt rond 3 tot 5 kilometer per uur, vergelijkbaar met het wandeltempo van een mens.
Een muis houdt zijn topsnelheid niet lang vol. Het dier verplaatst zich in korte sprintjes van een paar meter en stopt daarna om te luisteren en de omgeving te controleren. Zo verkent het ruimtes en zoekt het voedsel zonder onnodig risico. Daarnaast reageert een muis extreem snel op beweging en geluid. Zodra hij trillingen in de vloer of voetstappen hoort, sprint hij direct naar de dichtstbijzijnde schuilplek.
Door deze korte sprintjes lijkt een muis in huis veel sneller dan hij werkelijk is. Je ziet vaak alleen een snelle beweging langs de muur, waarna het dier direct in een kier, onder een kast of achter een apparaat verdwijnt. Na zo’n sprint blijft het dier vaak volledig stil zitten, waardoor het lijkt alsof het weg is terwijl het zich nog in dezelfde ruimte bevindt.
Een muis is niet per se sneller dan een rat in pure snelheid, maar wel veel wendbaarder. Ratten zijn groter en krachtiger en halen vaak een vergelijkbare of iets hogere snelheid. Muizen stoppen abrupt, draaien direct om en schieten meteen een andere kant op, vaak langs muren en randen. Daardoor raak je een muis in huis veel sneller uit het oog.
Een rat beweegt vaker recht vooruit en gebruikt bredere looproutes, waardoor hij langer zichtbaar blijft en makkelijker te volgen is. Ook in hun spronggedrag verschillen ze. Een muis maakt korte, snelle sprongen en gebruikt meerdere tussenstappen om hoger te komen, bijvoorbeeld via een stoel of doos naar het aanrecht. Een rat springt minder wendbaar, maar wel krachtiger en verder, waardoor hij grotere afstanden in één keer overbrugt.
| Kenmerk | Muis | Rat |
| Snelheid | ± 12–13 km/u | ± 13–15 km/u |
| Wendbaarheid | Zeer wendbaar, snelle richtingsveranderingen | Minder wendbaar maar krachtiger |
| Springvermogen | Klein maar verrassend hoog | Springt verder en krachtiger |

Muizen verplaatsen zich niet alleen rennend. De dieren combineren rennen, klimmen, springen en kruipen om veilig door een woning te bewegen. Ze kiezen altijd beschutte routes en vermijden open ruimtes.
Muizen rennen vrijwel altijd langs muren en vaste looproutes. Daar voelen ze zich beschermd tegen roofdieren en mensen. Open stukken vloer steken ze zelden over; alleen als het echt nodig is schieten ze er snel overheen.
Muizen springen ongeveer 20 tot 30 centimeter hoog en 30 tot 45 centimeter vooruit naar een rand of plank. Via een stoel, doos of prullenbak bereiken ze stap voor stap het aanrecht en de keukenkastjes.
Daarnaast klimt een muis gemakkelijk langs kabels, leidingen, ruwe muren en zelfs gordijnen. Het dier gebruikt deze routes als een soort trap naar boven en komt zo op plekken waar je hem niet verwacht, zoals bovenkasten en voorraadplanken.
Een muis past door een opening ter grootte van een pink. Daardoor komen ze op plekken waar je ze niet verwacht:
Muizen zwemmen goed en gaan water niet uit de weg. Ze gebruiken de riolering en afvoerleidingen als route naar binnen en zoeken vervolgens meteen een droge schuilplek.
Muizen zijn nachtdieren en vermijden licht, geluid en menselijke activiteit. Daarom merk je hun aanwezigheid meestal pas aan geluiden of sporen in plaats van aan het dier zelf.