De zwarte rat (Rattus rattus) is een exoot uit Zuid-Azië die naar Europa werd gebracht in de middeleeuwen. Ze hebben een middelgrote gestalte, grijze rug en lichtere buik, met een lange staart. In Nederland komen ze vooral voor in Noord-Brabant en havensteden zoals Amsterdam en Rotterdam. Ze planten zich bijna het hele jaar door voort, met voortplanting in Europa meestal van maart tot november. Vrouwtjes worden geslachtsrijp op ongeveer 12-16 weken leeftijd en kunnen per jaar tot 56 jongen krijgen. De levensduur van een zwarte rat kan tot vier jaar zijn.
De zwarte rat herken je aan de volgende kenmerken:
Een zwarte rat herken je aan zijn middelgrote gestalte, grijsbruine tot lichtbruine kleur op de rug en lichtere buik. Er zijn drie ondersoorten: ‘rattus’ (zwarte rug en grijze buik), ‘alexandrinus’ (bruine rug en grijze buik), en ‘frugivorus’ (bruine rug en witte buik). De kop heeft grote donkere ogen, lange snorharen en grote, kale oren. De staart is langer dan het lichaam. Een kenmerkend verschil met de bruine rat is de lange staart van de zwarte rat, terwijl de bruine rat een kortere staart heeft. Afmetingen variëren: kop-romp lengte 160-240 mm, staart lengte 180-260 mm, gewicht 130-280 gram, waarbij het mannetje groter is dan het vrouwtje.

Zwarte ratten leven oorspronkelijk in Zuid-Azië en hebben zich sinds de middeleeuwen wereldwijd verspreid. Ze komen voor in Europa, Azië, Australië, delen van Afrika en enkele plekken in Noord-Amerika. In West-Europa bevinden ze zich vooral in menselijke gebouwen zoals schepen, havens, boerderijen, fabrieken en huizen, met een voorkeur voor droge plaatsen. In Nederland zijn ze voornamelijk te vinden in Noord-Brabant en havensteden zoals Amsterdam en Rotterdam.
Zwarte ratten zijn hoofdzakelijk ’s nachts actief, bij zonsondergang en zonsopgang. Ze zijn behendige klimmers, kunnen tot 1,5 meter hoog springen, en verblijven vaak op zolders van gebouwen in groepen van 20-60 dieren, geleid door één dominant mannetje. Hun dieet omvat granen, fruit, peulvruchten en soms insecten en vis, waarbij ze afhankelijk zijn van water voor vocht. De aanwezigheid van zwarte ratten is vaak gekoppeld aan menselijke activiteit, behalve in Zuid-Europa, waar ze zich ver van menselijke bebouwing ophouden. Zwarte ratten graven over het algemeen niet, maar ze staan erom bekend dat ze graven voor het bouwen van hun nesten.

In een geschikte omgeving plant de zwarte rat zich bijna het hele jaar door voort, met voortplanting in Europa meestal van maart tot november. Na een draagtijd van 21 dagen krijgt een vrouwtje gemiddeld 7 jongen, die na 20 dagen ongeveer 30-40 gram wegen. Bij de geboorte zijn de jongen naakt en roze, hebben gesloten oren en ogen en wegen 4,5 gram. Vrouwtjes worden geslachtsrijp op ongeveer 12-16 weken leeftijd en kunnen per jaar drie tot zes nesten hebben, met maximaal 56 jongen per jaar. De levensduur van een zwarte rat kan tot vier jaar zijn, maar de helft sterft binnen het eerste jaar.
In Nederland komen verschillende rattensoorten voor, waaronder bruine ratten, muskusratten en woelratten. De bruine rat is algemeen en herkenbaar aan zijn grijsbruine kleur. De muskusrat is een invasieve soort die schade kan aanrichten aan waterinfrastructuur, terwijl de woelrat vooral in waterrijke gebieden leeft en gangen graaft in oevers en dijken. Zwarte ratten bestrijden is belangrijk om schade aan gewassen te voorkomen.