Grasvliegen, te herkennen aan drie glanzende zwarte strepen op hun thorax en een zwart-wit gestreept achterlijf, vormen een unieke groep binnen de vliegenfamilie Muscidae. Met een lengte van ongeveer 6-8 mm en opvallende grote ogen, spelen ze een rol in het ecosysteem door zich te voeden met organisch materiaal. Hun aanwezigheid kan hinderlijk zijn en ze zijn potentieel verspreiders van ziektes in zowel agrarische als stedelijke gebieden. Dit artikel bespreekt het herkennen, de leefwijze en de bestrijding van grasvliegen.

Grasvliegen vertonen een seizoensgebonden gedrag, waarbij ze in het voorjaar vertrekken uit hun overwinteringsplaatsen wanneer ze aanmerkelijk afgeslankt zijn. Ze brengen het grootste deel van hun leven door in de buurt van graslanden en weilanden, waar ze zich voeden met organisch materiaal en mest. De vrouwtjes leggen hun eieren in vochtige bodems, zoals mesthopen of verwaarloosd grasland. Je vindt ze in grote zwermen grasvliegen als ze overlast veroorzaken.
Preventieve maatregelen zijn het opruimen van mesthopen en het handhaven van een goede hygiëne in stallen en gebouwen. Gebruik insecticiden en biologische bestrijdingsmiddelen, zoals parasitaire aaltjes, om de populatie grasvliegen te verminderen.

De grasvlieg onderscheidt zich van andere soorten vliegen door zijn unieke kenmerken. Terwijl bromvliegen, clustervliegen, dazen, fruitvliegen, groene vliegen, herfstvliegen, huisvliegen, Maartse vliegen, rioolvliegen, rouwvliegen, steekvliegen, strontvliegen, vleesvliegen, en walnootboorvliegen vaak andere habitats en voedingsvoorkeuren hebben. Grasvliegen zijn vaak te vinden in grote zwermen, met name rondom gebouwen en weilanden. Deze hinderlijke insecten kunnen dakpannen binnendringen en worden beschouwd als overlast, hoewel ze volkomen onschadelijk zijn voor mensen.